‘In je eentje ben je met een luit al zo compleet’

Bij een Bachdag denk je al gauw aan een orgel of een klavecimbel. En natuurlijk aan zangers en koren. Maar een luit en Bach? Het zou voor u of jou zo maar een onbekende kant aan Bach kunnen zijn. Bijzonder dus om dit instrument op de komende Bachdag te kunnen horen. En dat bespeeld door een luitist, die al jaren binnen de grenzen van Amersfoort woont: Arjen Verhage.

Afslag luit

Nooit heeft Arjen in zijn jeugd het gevoel gehad dat hij van de muziek zijn beroep zou moeten maken. Ook al was zijn vader professioneel organist en gingen zijn beide broers ook de muziek in. Hij koos aanvankelijk ook de studie ‘industrieel design’, maar de muziek bleef trekken. Het werd conservatorium gitaar in Amsterdam. En in een latere fase luit. Arjen: ‘Op een gegeven moment zou ik als bijvak ‘elektrisch gitaar gaan doen en daar had ik helemaal geen zin in. Ik vroeg of het ook een bijvak luit mocht worden en dat is één van de mooiste keuze’s in mijn leven geweest’.

De gitaar van toen

Een luit. Wat is het nou voor een soort instrument? Arjen: ‘Ik denk dat je kunt zeggen dat de luit in de periode van 1500 tot 1750 een plek had als nu bij ons de gitaar. Je ziet dat ook terug op schilderijen uit die tijd. Wat je op die schilderijen ook terugziet is dat de luit in die ruim twee eeuwen een hele ontwikkeling heeft doorgemaakt. Neem bijvoorbeeld het aantal snaren. Een luit van rond 1600 is 8-korig (en dat betekent 15 snaren) en na 1700 heb je wel 13-korige luiten. Luiten werden ook groter om meer klank te krijgen. En was de luit aanvankelijk een instrument dat meestal solo te horen was en soms ter begeleiding van de zang, in de tijd na 1600 (in de baroktijd) was het een instrument dat in ensembles meedeed en de rol van het klavecimbel kon innemen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de Johannes Passion van Bach.’

Veelkleurig bestaan

Arjen geniet van al die mogelijkheden met de luit. Hij doet graag soloconcerten, zoals tijdens de Bachdag – ‘in je eentje ben je met een luit al zo compleet’. Maar hij zou het samenspelen met anderen ook niet willen missen. Zo is hij de luitist bij het ensemble ‘Camerata Trajectina’, waar hij vooral te horen is in Nederlandse muziek uit de 17e eeuw (zoals in ‘Krachtige medecijne’).
Boeiend vindt hij het om te werken aan de programma’s van Camerata, die zoveel meer zijn dan alleen muziek. Arjen: ‘Wat ik bijzonder vind is dat je met de muziek zo dichtbij het leven van de mensen van toen komt – in het Amsterdam van Rembrandt en midden in de narigheid van ziekte en oorlog. Dat vind ik wel een unieke kant aan het musiceren bij Camerata Trajectina.
Maar om samen met een zanger of zangeres luitliederen te doen vind ik ook heel leuk (kijk & luister: Podium Witteman, fg). En soms speel ik wel eens mee in een groter ensemble, zoals bij stukken van Monteverdi. Of de Johannespassion van Bach, die heb ik ook wel gedaan.’

Sowieso zitten er aan het leven van een luitist veel kanten. Dat is natuurlijk allereerst het zelf musiceren. Arjen: ‘Ik probeer zoveel mogelijk in de ochtend aan luitstudie te doen. Een twee of drie uur, al lukt dat niet altijd. En verder geef ik luitles. En de concerten natuurlijk’.
Taaie kanten zitten er ook aan het muziekleven. De politieke wind zit niet echt mee voor de cultuursector en de jarenlange bezuinigingen zijn voelbaar in de muzikale wereld, zeker ook in de minder gebruikelijke muziek, zoals die van de luit. Arjen: ‘Al het geregel valt soms niet mee. Dat je daar zoveel tijd en energie mee kwijt bent. En als dan ook nog het gevoel hebt dat de publieke belangstelling wat terugloopt…’

In Franse sferen

Dat is een mooie overgang richting het concert in dat mooie kapelletje, even buiten het alleroudste stukje Amersfoort. Is er ook een periode in de luitmuziek, die zijn voorliefde heeft? Arjen: ‘Die periode is er zeker en die ligt voor mij in de eerste helft van de 17e eeuw (vroegbarok). En dan is het vooral de Franse en Engelse luitmuziek die ik heel graag speel. Voor de meeste bezoekers van de Bachdag zullen daar geen heel bekende namen bij zitten. Helemaal niet gek als je nog nooit gehoord hebt van Franse componisten zoals Gaultier en Dufaut. Maar ik vind dat ze hele mooie muziek hebben gecomponeerd. Op de Bachdag zal ik iets spelen van Dufaut (1604-1672). En dat doe ik ook omdat Bach in een bepaalde fase van zijn leven heel sterk beïnvloed is door de Franse barok. Bij zijn klavecimbelwerk heb je b.v. de Franse suites. Ik speel op de Bachdag de vijfde suite van Bach voor luit en daar hoor je die Franse invloeden ook in terug. Mooi om dan met werk van de Fransman Dufaut te beginnen.
Het bijzondere van de luitstukken van Bach is dat dat bewerkingen zijn, in dit geval van muziek voor cello solo. Leuk om die twee ook achter elkaar te horen ( barokluit (BWV 995) en cello (BWV 1011). Al is er wel twijfel of Bach die bewerkingen zelf heeft gemaakt. Bach was wel geïnteresseerd in de luit en hij had ook allerlei contacten had met luitisten, zoals de Dresdener luitist Silvius Leopold Weiss. Maar het lijkt dus niet zo waarschijnlijk dat hij die bewerkingen voor luit zelf heeft geschreven. Hoe dat ook verder zij, het is prachtig om die stukken te spelen. En ook om dat in de Rochuskapel te doen.’

Jazz en pop en zoveel meer…

Misschien krijg je als lezer de gedachte dat er voor een luitist buiten die muziek van eeuwen terug niet veel meer te genieten is. Maar wie twee jaar geleden aan de vooravond van de Bachdag in de Observant was, hoorde daar een jazzy Arjen Verhage.
Van de jazzmuziek kan hij dan ook zeer genieten. Oscar Peterson springt er voor hem uit. Bijvoorbeeld met zijn ‘You look good to me’. Maar ook de popmuziek, zoals die van Gary Moore met zijn ‘Still got the blues’. En dan is er nog zoveel buiten de muziek. Een heerlijk huis dat hij deelt met zijn gezin, de vriendschap met velen en meer. Maar heerlijk die luit en mooi zo’n concert op 10 oktober in de Rochuskapel!