Café Zimmermann – Café Observant
Even leek het alsof driehonderd jaar wegvielen. De bezoekers bevonden zich in 1726 in Leipzig, in Café Zimmermann, waar Johann Sebastian Bach, cantor van de Thomaskerk, zijn muziek uitprobeerde. Om hem heen zaten cafébezoekers met een glas wijn of een pul bier. Voor hen speelde het orkest, met Bach achter het klavecimbel en daarnaast de solist. Samen werkten ze aan een steeds betere vertolking van de muziek.
Diezelfde sfeer was vrijdagavond te beleven in Café Observant. Een zaal vol belangstellenden, hier een glas wijn, daar een glas bier. En op het podium: zangeres Dasha Beets, met haar geweldige bereik, haar echtgenoot Peter Beets achter de piano, de fantastische Canadese bassist Steve Zwanink en de meesterlijke slagwerker Sander Smeets. Samen brachten ze muziek tot leven die voortbouwde op de wereld van Bach, met volop ruimte voor improvisatie.
Een avond waarop drie eeuwen muziekgeschiedenis even heel dichtbij kwamen én om niet snel te vergeten!

Solo cello – dat raakt gevoelige snaren!
In de grote hal van het Sint Pieters en Bloklands Gasthuis ontmoetten bewoners en bezoekers elkaar voor een bijzonder concert. Midden tussen hen in stond één musicus: cellist Joachim Eilander.
Ontspannen nam hij zijn luisteraars mee op een reis door Bachs cellorepertoire. Met natuurlijke overgangen verbond hij de verschillende stukken met elkaar en riep hij herkenning op. „Ave Maria!”, riep iemand uit het publiek — en inderdaad, de melodie riep die associatie op.
Daarna volgde de Eerste Suite, met haar heldere en dansante karakter. Het contrast met de Zesde Suite was groot: een technisch en muzikaal hoogstandje dat voor gewone stervelingen nauwelijks te bevatten leek. Als afsluiting klonk nog de Vierde Suite.
Een cellist, de muziek van Bach en een aandachtig publiek. Meer was er niet nodig voor een concert dat recht naar het hart ging.

Beloning of straf?
In het koor van de Sint-Joriskerk zat Rien Donkersloot klaar achter het koororgel en beneden wachtte een volle kerk. Maar voordat hij aan zijn concert kon beginnen, nodigde Annet van Goor hem uit om naar beneden te komen. Daar stond burgemeester Bolsius al klaar.
Voor Rien was het een onverwacht moment, zeker omdat hij eigenlijk gewoon wilde gaan spelen. De burgemeester somde eerst zijn verdiensten op. Daarna bleek waarom hij naar voren was geroepen: hij kreeg de Lenaert Nicasiuspenning, als erkenning voor zijn verdiensten voor de stad en de muziek.
Een welverdiende onderscheiding voor een van de oprichters van de Bachdag in 2014! Geen straf dus, maar een beloning — voor Rien én voor het publiek, dat na deze bijzondere verrassing alsnog genoot van een schitterend orgelconcert.

Terug in de stad waar hij opgroeide
Daniël van der Hoeven keerde voor de Bachdag terug naar Amersfoort, de stad waar hij opgroeide. In de Aegtenkapel trakteerde hij zijn publiek op een rijk muzikaal menu: alle zes de Franse Suites van Bach.
In twee concerten speelde hij de complete reeks uit het hoofd. Stap voor stap werd duidelijk hoe verschillend de suites zijn. Van razendsnelle loopjes tot ingetogen, bijna verstilde passages: steeds ontdekte het publiek nieuwe details en andere kleuren. Het was nauwelijks voor te stellen hoeveel concentratie en muzikaal inzicht ervoor nodig waren om dit repertoire op die manier tot leven te brengen.
Zo leerde het publiek Bach opnieuw kennen als de onvoorstelbare kunstenaar die hij was. De diversiteit en muzikale rijkdom waren indrukwekkend. Twee volle zalen genoten van deze bijzondere reis door de muziek. Een prachtige thuiskomst voor Daniël en een feest voor de luisteraars.

Ooit gehoord van een hartslagconcert?
In de kelder van Frame.de.Galerie aan de Muurhuizen verzamelde het publiek zich. Hoog boven de bezoekers was de glazen koepel te zien, die vanuit allerlei plekken in de stad opvalt. Voor hen stond een bijzondere installatie met allerlei lampen. Midden tussen hen in stond Thomas Dulfer met zijn fagot.
Het publiek zat in een grote kring om hem heen. Thomas nam de aanwezigen mee in zijn bijzondere verhaal: hij studeerde geneeskunde én muziek. Tijdens dit concert bracht hij die twee werelden samen. Terwijl hij fagot speelde, lichtten de lampen op het ritme van zijn eigen hartslag op.
Vervolgens mochten de aanwezigen zelf meedoen. Een van de bezoekers hield een lamp vast, met de handen op de contactpunten. Langzaam sloten anderen zich aan. Overal om hen heen klonken hun hartslagen. Thomas begon te spelen en de muziek vermengde zich met het ritme van hun harten. Licht, klank en hartslag kwamen samen.
Het resultaat was groots, ontroerend en heel bijzonder. De aanwezigen waren niet langer alleen luisteraars, maar maakten zelf deel uit van de muziek.

